Dansende golven

Op het uitgestrekte strand aan de oosteroever van Oostende zat een jongen in het zand. Hij staarde naar de golven die de zee aan land spoelde. Ze brachten enkel schuim, schelpen en nog meer zand met zich mee. Het water weerspiegelde wat hij binnenin voelde. Opgezweept door de wind rolden de golven over elkaar heen om als eerste het strand te bereiken. De jongen stak zijn kin de lucht in en liet de bries met zijn felrode haren spelen. De meeuwen die bij zijn komst opgeschrokken waren, streken een eind verder opnieuw neer. Een enkele meeuw bleef bij zijn poging tegen de wind in te vliegen ter plaatste hangen in de lucht. De jongen wachtte.

Het was opnieuw een vruchteloze dag geweest. Van op de treden bij de Dansende Golven had de jongen naar de dagtoeristen gekeken met uitgestoken handen. De ene sloeg zijn ogen neer, de ander lachte. Een oud vrouwtje had hem een medelijdende blik toegeworpen en een kind bracht hem een broodje. Vanaf de reling op de dijk keek de jongen naar de stalen golven die hoog boven zijn hoofd uiteenspatten. Ze herinnerden hem er elke dag aan dat hij de hoop niet mocht opgeven. Ze zouden terugkeren, hem komen halen. Hij staarde mijmerend over de grijze watervlakte. Nadien deed hij zijn ronde langs de koningspromenade. Met de munten die hij kreeg, kocht hij iets in de cafetaria van het zwembad. Soms enkel een zakje chips, maar soms was het genoeg voor een bord spaghetti met saus zo rood als zijn lange haren. Tegen het vallen van de avond keerde hij terug naar de haven en nam de laatste veerboot naar de oosteroever. Deze kant van Oostende was nog amper door de toeristen ontdekt, al deed Fort Napoleon wel zijn best. De jongen legde eerst zijn spullen op de matras in de bunker. Gelukkig had de politie zijn slaapplaats nog niet ontdekt. Zijn vorige bunker werd afgesloten toen hij een bende jongeren met drank en naalden had betrapt. Deze bunker lag dieper verscholen in de duinen. Hij verzamelde er alles wat hij kon gebruiken. Stukjes stof, een zaklamp, een sjaal die als kussen diende. Op het einde van de dag ging hij in het zand zitten om de golven uit de zee te staren. Nooit brachten ze hem waarop hij wachtte.

Deze avond kleurden de wolken donkergrijs en rood. Zijn kleuren. De lucht stond in lichterlaaie en tekende een pad van goud op de golven. De jongen sprong op. Hij liet het strand achter zich en rende naar de vuurtoren. De avondgloed kleurde de witte en blauwe cilindermuur rood. De jongen beklom de toren en zag nog net het laatste streepje zon in de donkere wolken zinken. Hoopvol keek hij uit over het water. Misschien zouden ze deze avond komen!

De jongen staarde in het zwarte water. Het licht van de vuurtoren scheen drie lange keren, dan een pauze. Morse voor de O van Oostende. De lichtgloed kleurde rood doorheen zijn vlammende haren.

Diep in zee dansten de golven.

EINDE

De windstoot / Léon Spilliaert

Geschreven door:

Na het verslinden van de dikste Fantasyboeken tijdens mijn jeugdjaren, begon ik zelf Fantasy te schrijven op mijn zestiende. Na het schrijven van enkele verhalen, volgde ik de eerste van vele schrijverscursussen bij Wisper vzw en Creatief Schrijven vzw. Het delen en verbeteren van mijn schrijfsels heeft mijn enthousiasme alleen maar aangewakkerd. Sindsdien vloeien de verhalen uit mijn pen in grote variaties, van Fantasy over historie tot kinderverhalen. Mijn eerste manuscript, ‘Over de Elfengrens’, ligt ondertussen klaar om uitgegeven te worden zodra de illustraties klaar zijn. Met ‘Nete’ ben ik één van de 5 finalisten geworden voor de Zoute Zoen 2016, een schrijfwedstrijd voor het beste jeugdboek. Daarnaast stuur ik mijn eerste verhalen de wereld in via de ‘Miramar Mysteries’, een bundel kortverhalen die ik met mijn Leuvense schrijversgroep 'Friday Night Writing Party' schreef en waarin 3 van mijn kortverhalen werden gepubliceerd.