De Meester

Ze zat op een terras schijnbaar berustend, kijken naar de zee… groen grijs rustig.

Opmerkzame, allesziende ogen, schildersogen, observerend, de zee, de wolken grijs geladen… en de mensen die voorbij gaan ook grijs. Alexandra is hier ook een ‘aangespoelde’ zoals de ‘Oastendenaors’ zeggen soms tot ergernis toe… maar ze kocht hier een pand dat leeg stond te verloederen… met hard werk restaureerde ze het… dus laat de Oostendenaars maar zagen over de aangespoelden ……..

Zo gaan haar gedachten terug naar het verleden en een tentoonstelling in het Feestpaleis toen het nog geen winkelgallerij was. Het was een studiereisje naar Oostende, naar een tentoonstelling met onder andere Spilliaert.

De ‘Meester’ besprak het werk met brio en de volgelingen, leerlingen, luisterden geboeid.

Alexandra stond op afstand… het werk kwam op haar af, de somberheid, de grijzen, het zwarte, depressieve, introverte… en dat maakte iets los in haar, maar het was geen goed gevoel… haar humeur zakte ervan… Spilliaert, ik begrijp u waarschijnlijk niet, laat het ons daar bij houden… dacht ze. Ze was een gevoelige zelfstandige mooie vrouw… en ze had kleurrijke werken nodig nu… om haar in een betere stemming te brengen… genoeg grijzen…!!! Het raakte haar niet…

En de Meester deed zijn best. Analytische uitleg over Spilliaert. Alle vrouwelijke leerlingen bespelend deze keer met zijn kennis. Ze keken naar hem op en geloofden hem op zijn woord.

Over vernieuwing, tijdsbeeld, interpretatie, en nog zoveel woorden, de achtergrond en het leven van de kunstenaar en elke kunstuitleg maakten het duidelijk met of zonder Kunst… met een handleiding… een boekje…

Alexandra zweeg de hele ‘rondvaart’. Ze raakte niet geboeid, niet getroffen…

Ze keert op haar stappen terug en geeft toe: de briefschrijfster en het huis van Spilliaert, vindt ze wel iets hebben, iets zacht, bijna nostalgie…

Ze voelt de blikken van de ‘Meester’ in haar rug, ze draait zich om, kijkt hem vlak aan en droog zegt ze: ‘ik hou niet van Spilliaert…’

Hij zwijgt, zijn ogen knijpen zich nijdig dicht en hij grimlacht en met minachting in zijn bijtende fluisterstem, zegt hij: ‘Ja… het zou weer niet moeten lukken, jij dus weer niet…’

Gevat reageert ze: ‘Mag ik alleen maar denken, vrij hypocriet, mijn gedachten zijn van mij en mijn krachten… en ik hou van Ensor.’

Hij kijkt haar taxerend aan, haalt schijnbaar onverschillig de schouders op en stapt weer naar zijn leerlingen die braaf staan te wachten en te knikken bij ieder woord…

Alexandra woont ondertussen al jaren in Oostende, de enige stad waar ze zich toe aangetrokken voelde. Niets bond haar nog in het ‘Binnenland’ met de herinneringen vol mislopen relaties, hard werk en mensen met maskers op, lachend en knikkend.

De diplomatische, gevoelige, eigenzinnige vrouw gaat haar leven leiden, koopt een oud huis in een prachtige Belle Epoque wijk, met ruimte voor een schildersatelier… een zoveelste nieuwe wending in haar leven begint.

Vele jaren later staat Alexandra op de grote huldigingstentoonstelling van Ensor in de Romestraat. Ensor, de bruisende realist, colorist, expressionist die kan tekenen voelt goed aan, krachtig in vorm en kleur met geen woorden of boeken te beschrijven.

De stad eert hem, ten volle, één groot feest, veel volk, kunst- en andere kenners, en daar staat hij plotseling ‘de Meester’, met een jongere dame, waarschijnlijk de liefde van de dag, de week, de maand, de volgende in de rij…

De onvermijdelijke begroeting met gespeelde verbazing: ‘Kijk eens aan, gij zijt hier ook… eens naar Ensor komen kijken…???

Zij, de spot negerend: ‘Natuurlijk ben ik hier… lang geleden… dag Madame, ik ben Alexandra… aangenaam.’ Ze kijkt me argwanend aan en geeft me een flauw handje. Hij stelt haar niet voor. Wat oppervlakkig koetjes en kalfjes gepraat en ze gaan elk hun weg naar de receptie. De ‘Meester’: ‘ik bel je nog…’

Zij keert zich met een ruk om en zegt: ‘Neen, laat dat maar… te laat…’ Goed wetende waarom.

Ze ziet hem niet meer terug, gaat naar huis, tevreden over de dag en denkt terug aan een verleden.

Ze was een puber toen ze de academie binnenstapte, spontaan, bruisend van jeugd en creativiteit… ze was goed, snelle poot op doek… ze wist het enkel niet van zichzelf… en zou ze het frisse het spontane verliezen door teveel… meesters die hun stijl en genres doordrukten… en zij was geen goede volgelinge.

Toen zij begon zat hij in zijn laatste jaar. Hij werd de ‘Meester’… Zij de goede ‘Amateur’.

Ze bleven als twee magneten op onvoorspelbare momenten binnenvallen in elkaars leven. Ze trouwden, scheidden, hadden kinderen en kleinkinderen, elk met andere partners, ze hadden nadien andere minnaars en vriendinnen.

Alexandra kon hij niet lossen… Hield ze niet van hem of net niet genoeg of was alles maar schijn…? Vele jaren belde hij haar ’s avond op, eenzaam of met een borrel op en janken en discussiëren over de ‘kunst’ of de gemiste kansen. Hij was jaloers op haar maar ze waren elkaars ‘rode draad’ door hun leven. Ondertussen was de zon in haar volle glorie door de wolken gebroken. Ze zette haar gedachten op stop, dronk de rest van haar koffie uit, betaalde en zette haar weg verder.

De zon begint aan haar dagelijks ondergaan… altijd anders in onwaarschijnlijke kleurenpracht of pastelachtig… soms onzichtbaar achter de wolken… met één zekerheid… ze gaat onder de horizon verdwijnen. Alexandra stapt verder richting zon tot het strandmonument Ombria, geïnspireerd op Spilliaert met een prachtig beeldhouwwerk van Herlinde Seynaeve.

Er zit nog een figuur op die trap met zwarte jas en pet op. Een stuurse starende man naar de zee, de ondergang… Nu blijft zij staan en blijft hem fixeren tot hij omkijkt. Hij voelt het, kijkt om en zegt: ‘God, Jesus Christ… zijt gij ook hier, ben het huis van Spilliaert gaan bekijken. Ge deed me schrikken, had u niet verwacht.’

Ze gaat naast hem zitten en ze zwijgen en kijken, twee paar schildersogen die niet met en ook niet zonder elkaar konden. De Meester van 75 jaar en de leerling amateur van 68. En ze begrepen elkaar. Hij onderbreekt de stilte en vraagt: ‘Zullen we iets gaan drinken en wat bijpraten? Zij: ‘Ja… natuurlijk… lang geleden’, en ze stapten samen weg van de zon, langs het huis van Spilliaert.

EINDE

De briefschrijfster / Léon Spilliaert

Geschreven door: