Deadline

Er was eens een schrijver zonder inspiratie en met een deadline. Elf woorden had hij nog maar geschreven en zijn inzending moest ten laatste vandaag af zijn of het was te laat. Zijn laptop maakte al de hele tijd een irritant zoemend geluid en de tekstverwerker bleef hem maar quasi leeg aankijken. Buiten kwetterden de vogels naar hartenlust en de buren hielden vlak onder zijn raam een luide conversatie over het eerste lentezonnetje. Hij wist niet van wat hij het meest zenuwachtig moest worden.

De schrijver pulkte wat aan zijn sikje alsof hij daardoor inspiratie zou vinden, kreeg warempel wel degelijk een ingeving voor een vervolg op hetgeen hij al had geschreven, typte als een bezetene op zijn laptop de woorden tevoorschijn die in zijn hoofd zaten, las ze hoopvol na, besloot teleurgesteld dat het pure rommel was en verwijderde ze weer allemaal door de daarvoor voorziene toets op zijn klavier ingedrukt te houden. Echter liet hij zijn eerste elf woorden staan. Hij zuchtte eens diep en fluisterde zijn eerste en enige zin tot nu toe: ‘Een schilder struinde door de duinen van Oostende vergezeld van de maneschijn’.

De schrijver fronste zijn wenkbrauwen. Op zijn vingers telde hij ieder woord van die zin. Hij herhaalde het proces nog eens ter controle en kwam tot de conclusie dat het twaalf woorden waren en geen elf. Hij wreef over zijn sikje, ditmaal kwam er niets. Kwetterden de vogels nu luider dan daarstraks? De buren geraakten maar niet uitgepraat over hoe mooi het weer vandaag wel niet was.

‘Hij was op weg naar de Koninklijke Gaanderijen’, typte de schrijver. Hij wist niet waarom hij dat net had verzonnen want hij had geen idee wat zijn personage daar ging uitrichten.

‘Onder zijn arm hield hij een schetsboek geklemd en in zijn lange overjas staken verschillende potloden verdeeld over de drie binnenzakken, twee links en één rechts.’ De schrijver grijnsde schaapachtig, hij was op de goede weg nu. Hij herhaalde in zijn hoofd het laatste deel van zijn laatste zin.

Twee links en één rechts.

Die vogels werden nu wel erg luid.

Twee links en één rechts, twee links en één rechts, twee links en één rechts…

De schrijver vroeg zich af of die vogels niet elders uit volle borst konden gaan tsjilpen.

Twee links en één rechts, twee links en…

De overbuurvrouw had zich nu gemengd in het gesprek over het goede weer.

Twee…

De echtgenoot van de overbuurvrouw was zijn vrouw kwijt en had haar net weergevonden onder het raam van de schrijver. Hij praatte gezellig mee met de rest.

De buren spannen samen met de vogels.

De buren waren net allemaal uitgepraat en klaar om hun weg te vervolgen toen de voordeur openging van het huis waar voor ze al die tijd een babbeltje hadden staan slaan. Uit het deurgat kwam hen een gek achterna gelopen met een laptop in zijn handen klaar om hen er een tik mee uit te delen. Ze konden niet precies verstaan wat hij riep, maar het had met vogels te maken.

Er was eens een schrijver zonder inspiratie en met een deadline.

EINDE

Strand met maan / Léon Spilliaert

Geschreven door:

Geboren en getogen in Vilvoorde, net als Spilliaert een liefhebber van het werk van Edgar A. Poe.