Met de trein naar Oostende

Vandaag is het voor Severien een belangrijke dag. Ze gaat samen met haar opa Daniël Spilliaërt en haar mama Corry Spilliaërt naar Oostende. Ze moet vandaag niet naar school. Daarom gaat ze vandaag genieten van een leuke vrije dag. Vanuit Avelgem vertrekken ze samen met een lijnbus naar Kortrijk en dan met de trein naar Oostende. Op de bus bleef Severien wat stil maar op de trein zingt ze al volop.

Met de trein naar Oostende,
Shoeke-shoeke-Tuut.
Want daar woont m’n hartedief,
Shoeke-shoeke-tuut-tuut.

Iedereen kijkt naar haar. Maar ze trekt er zich niets van aan. Ze zingt gewoon verder. En zelfs nog luider. Tot iemand het er moeilijk mee krijgt.
‘Kan je een beetje stiller zijn jongedame want ik lees mijn krant’, zegt hij boos.
‘Zing je met me mee?’, vraagt ze. ‘Het is nog zo leuk. Straks gaan we samen naar een tentoonstelling van Léon Spilliaërt. Ken je die schilder? Hij is al heel lang dood. Dat was een goede kunstenaar. En dat is familie van mijn mama en opa.’

Hij moet lachen.
‘Is heel echt waar hoor. Vraag het allemaal maar aan mijn opa’, roept ze luid. ‘Ik schilder en teken ook. Ik ga al 4 jaar naar de kunstacademie. Later wil ik net zo bekend worden als Léon Spilliaërt.’
‘Ja meneer, jouw kleindochter weet wat kunst is!’, zegt hij tegen hem.
‘Ik mag toch even zot doen. Als ik in Oostende ben dan moet ik niet de ganse tijd stilzitten. Nu maak ik er nog snel een leuk feestje van. Kom mama, zing je met me mee?’, vraagt ze. Ze blijft zingen.
‘Komaan jongedame, ga nu maar flink zitten’, zegt hij nog een keer.

Maar Severien luistert niet. Enkele seconden later komt er een kaartjesknipper.
‘Hallo, wij gaan naar de tentoonstelling van Léon Spilliaërt’, vertelt Severien opnieuw.
‘Dat is heel mooi van je. En ben jij een slimme meid?’, vraagt hij.
‘Ja hoor, ik zit al in het vijfde leerjaar’, zegt ze. ‘En ik volg kunstacademie.’
‘Dat is helemaal goed, want er is een leuke wedstrijd’, lacht hij.
‘Oh ja, en wat moet je doen?’, vraagt ze.
‘In Oostende hangt een mooi schilderij van Léon Spilliaërt. Misschien hangen er zelfs twee. Voor die schilderijen ligt er een kladblok en een balpen. Als je een goede schrijfpen hebt, mag je een mooi gedicht schrijven.’
‘Dat gaan we doen hé opa! Wij gaan die wedstrijd winnen!’, roept ze.
‘Goed zo, jongedame. Maar eerst naar Oostende!’

Een halfuur later komen ze in het station van Oostende aan.
‘Ik moet eerst naar het toilet hoor’, zegt Corry. Bij het terug buitenkomen ziet ze al een schilderij hangen. ‘Dit schilderij heb ik nog nooit bij mijn vader gezien.’
‘Mama, ik heb honger, mag ik een broodje?’, vraagt Severien.
‘Ja hoor, en breng voor ons drie iets mee. Mijn buikje begint ook al te rammelen.’
‘Ik hoor het, straks rammelen de schilderijen van de muur’, lacht Severien. En ze loopt snel tot bij de bakkerij. ‘Dag mevrouw, drie belegde broodjes en drie blikjes cola.’
‘Doe jij ook mee aan die wedstrijd?’, vraagt de verkoopster.
‘Ja hoor, Léon Spilliaërt is zelfs familie van mij!’, antwoordt ze luid.
‘Alstublieft jongedame, met die snoepjes erbij maakt dat samen 15 euro.’
‘Oei, ik hoop maar dat ik die wedstrijd win, want ik heb nu niet zoveel centjes. Ik loop snel naar mama, ik ben zo terug.’

Eventjes later is Severien daar terug. ‘Alstublieft, mevrouw. En houd de rest maar’, zegt ze.
‘Oh, dank je wel’, lacht de verkoopster.
‘Ik heb altijd geleerd, wie goed doet, zal goed ontmoeten’, lacht Severien. ‘En voilà, ik heb het net goed gedaan, en straks ga ik goed ontmoeten.’
De verkoopster moet hard lachen. ‘Je bent een lieve meid. En ik wens je veel succes!’
‘Dankjewel mevrouw. Ik ga nu snel naar mijn mama en opa toe. Ze hebben grote honger en ik ook! Tot later mevrouw’, zegt Severien.

Enkele minuten later zijn ze al aan het smullen van de broodjes.
‘Dat was heel lekker. Laten we ons nu weer op de wedstrijd concentreren’, lacht opa. ‘Wat is de hoofdprijs? Wie weet winnen we een schilderij!’
‘Oma zal blij zijn, de muur hangt vol!’, schatert Severien.

Ze nemen pen en papier en gaan aan het werk. Het zijn twee wondermooie schilderijen. Op het ene schilderij zie je een klein potje. En het andere is een klein meisje in een wit kleed. Ze heeft een wandelstok onder de arm.
‘Kijk, ze wacht op centjes, haar potje staat al naast haar’, lacht Severien.
‘Sst, niet zo luid! Dat rijmt niet hé, het moet een gedichtje zijn’, zegt opa.
Opa gaat terug zitten en denkt heel diep na.
Even later. ‘Komaan opa, weet je het al? Want we hebben niet lang meer’, roept ze.
‘Ja, ik heb het gevonden! Schrijf maar op!’

Ik zie een meisje staan
Op een schilderij
Een mooi meisje
Dat maakt me blij
Met een bruine stok
En witte rok
Gelukkig is ze niet
Want zoals je ziet heeft ze
Verdriet
Het is een mooi schilderij
Binnenkort misschien van mij.

‘Maar opa toch, op die manier winnen we nooit!’
‘Jawel, wacht maar!’, lacht opa. ‘En ik heb nog een idee. Als ik de twee gedichten heb, bel ik Focus/WTV! Iedereen moet weten dat wij de familie van Léon Spilliaërt zijn! Hier gaan je klasgenoten van opkijken!’

Hier staat een potje klaar
Geloof het maar
Om straks
In te smullen
Met eten, om ons buikje te vullen
Hier staat het nu helemaal alleen
Tot Léon Spilliaërt verdween
In een droom zag ik je staan
Samen ga ik met het potje
Door het leven gaan.

Opa is klaar en belt Focus/WTV.
‘Met Caroline’, zegt een vrouwenstem.
‘Hallo, spreek ik met de redactie van Focus/WTV alstublieft?’, vraagt hij. ‘U spreekt hier met Daniël Spilliaërt, familie van de grote kunstenaar Léon Spilliaërt. We zijn momenteel in Oostende. Mijn dochter, Corry en mijn kleinkind Severien zijn er ook bij. Wij nemen deel aan de schrijfwedstrijd en misschien kan je straks nog een foto van ons nemen. Vele mensen gaan in ons interesse hebben. Mijn broer Willy komt ook’, zegt hij.

Even later rijdt Caroline de parking van het station op. Voorbijgaande mensen kijken verbaasd naar de grote wagen.
‘Wat is er gebeurd? Toch weer geen overval zoals vorige maand?’ Een andere voorbijganger fluistert net dat er niets ergs aan de hand is, maar dat er een bekende familie aanwezig is.
Ondertussen zitten de gedichten al in de brievenbus en kan de wedstrijd beginnen. Even later is Willy er ook.
Caroline maakt haar fototoestel klaar en neemt er een notitieboekje bij. ‘Alle kunstenaars mogen hier komen!’, roept ze.
‘Is goed, ik kom’, roept Severien.
‘Ben jij de enige?’, vraagt ze aan haar.
‘Ik ben Severien Algoet, mijn mama en opa zijn dichte familie van Léon Spilliaërt. Dat mag je zelfs nakijken in boeken.’
‘Wat gebeurt er nu?’, vraagt Severien.
‘Straks gaan we voor het schilderij van Léon Spilliaërt staan.’
‘Oh, leuk net de ‘De Drie wijzen’’, lacht Severien.
‘Met onze grote kunstenaar op kop!’
‘Ja, ik!’, lacht Severien.
‘Neen, Léon!’, lacht Willy. ‘Dat is de grote kunstenaar!’

Caroline maakt mooie foto’s. ‘Mooi lachen hoor. Cheese’, roept ze.
‘Wanneer krijgen we die foto’s te zien?’, vraagt opa.
‘De foto’s worden opgestuurd’, zegt ze.
‘Is goed, straks weten we of we gewonnen hebben!’, lacht hij.

Na het nemen van de foto’s neemt Caroline nog een interview af. Ze stelt vele vragen over de familie Spilliaërt.
‘En dit komt ook in de krant. Gaan jullie nog mee wandelen op de zeedijk? Eventjes uitblazen.’
‘Joehoe, ik ga ook mee en ik wil een grote pannenkoek met veel slagroom!’, lacht Severien.

Ze maken er nog een fantastische namiddag van.
Het wordt al donker en Daniël kijkt op zijn horloge. ‘Binnen een halfuur moeten we terug in het station zijn’, zegt hij. ‘We moeten voortmaken, ik wil daar niet te laat komen.’
‘Ik voel het, we gaan winnen!’, roept Severien.
‘Ik weet niet of we gaan winnen Severien, maar onze dag kan al niet meer stuk! En als we de wedstrijd winnen, dan hebben we geluk!’

Het is nu zeventien uur. Er staan al veel mensen in het station te wachten.
Ze staan allemaal zenuwachtig voor het podium. Want wie weet slepen ze een mooi schilderij in de wacht. Even later komt de burgemeester het podium op. Hij leest een korte speech voor.

‘Beste mensen, vandaag is het een heel speciale dag.
Vandaag geven we de mooie prijs van de Léon Spilliaërt wedstrijd weg.
En voor de eerste maal, maken we kennis met de familie van de grote kunstenaar!’
‘Dames, heren en kinderen, geef ze een warm applaus, de familie Spilliaërt.
Welkom hier in Oostende!’, roept hij.

Er volgt een warm applaus. Er worden foto’s gemaakt. En veel vragen gesteld.
De mensen kijken zorgvuldig toe. ‘En hebben we nu de gewonnen?’, vraagt Severien.
De burgemeester neemt de lijst met de winnende schrijvers uit zijn tas. En kijkt de winnaars zorgvuldig na.
‘Jongedame, voor de schrijfwedstrijd moet ik je teleurstellen. Maar over Léon Spilliaërt kan je nog heel veel vertellen! Morgen staan jullie in de krant. De mooiste foto’s van jullie komen hier in het station te hangen en misschien later wordt je even goed als Léon Spilliaërt.’
‘Denk je dat?’, vraagt Severien.
‘Zeker weten!’, antwoordt de burgemeester.
‘Ik wens je veel succes in je verdere loopbaan als kunstenaar!’, lacht hij. ‘En zeg nu zelf, een kunstenaar word je niet, maar ben je!’

Er volgt weer een warm applaus.
De burgemeester rondt de speech af. En de dag eindigt met vele hapjes en drankjes. Het wordt een dag om nooit meer te vergeten!

Op de terugweg van Oostende naar Kortrijk is het veel stiller want Severien is als een blok in slaap gevallen.
‘Ja, we hebben een leuke dag gehad’, lacht Willy.
‘Léon Spilliaërt gaan ze niet vergeten, maar ons ook niet hé!’, antwoord Daniël.
‘Bij een volgende schrijfwedstrijd komen we zeker terug!’
‘Wat denk je, gaan we ook nog eens samen zingen?’, vraagt Willy.

Net zoals vroeger zingen Willy en Daniël het volgende lied:

Oh, Danny boy, the pipes, the pipes are calling,
From glen to glen and down the mountain side;
The summer’s gone, and all the Roses dying;
‘Tis ye, ‘tis ye must go, and I must bide.

But come ye back when summer’s in the meadow,
Or when the valley’s hushed and white with snow;
‘Til I’ll be here in sunshine or in shadow;
Danny boy, Oh Danny Boy, I love you so.

‘En dat op onze oude dag?’, lacht Daniël.
‘Ja hé, super!’
‘Dat moeten we opnieuw gaan doen!’, antwoordt Willy.
‘Net zoals in onze apenjaren, dat waren tijden hé. En al dat succes en dat grote publiek.’
‘En al die vrouwen!’, lacht Willy.
‘Ja, laat er ons over stoppen. Anders begin ik nog te huilen. Dat waren zo’n mooie tijden!’, zegt Daniël.
‘We laten al dat succes nu voor onze jongere artiest. Onze kleine Léon Spilliaërt, Severien’, zegt Daniël. ‘De kleinen maakt wel zijn wereld!’, lacht hij.

Dames en heren we komen aan in het station Kortrijk.
Dames en heren we komen aan in het station Kortrijk.

‘Kom, we moet afstappen. Onze reis zit er op’, lacht Daniël.
‘Hoe zijn jullie tot hier gekomen?’, vraagt Willy.
‘Eerst met de bus tot Kortrijk en dan met de trein naar Oostende’, antwoordt Corry.
‘Kom we moet voortmaken, anders rijden we verder naar Rijsel!’
‘En dat willen we niet hé’, antwoordt Severien.
‘Neen, kom haast je wat.’
Ze stappen allemaal van de trein.
‘Stap maar bij mij in, ik ben met de auto. Nu Yvonne er niet bij is, heb ik plaats over hé.’

 

De Drie Wijzen worden in Avelgem aan hun witte villa afgezet.
‘Yvonne zal blij zijn want ze zit al de ganse dag alleen’, zegt Willy.
Hij zwaait nog een keer en rijdt naar huis.

Severien komt als eerste de keuken binnen. Haar oma zit in de zetel.
‘Was het een leuke dag? Heb je iets gewonnen?’, vraagt ze.
‘Neen, niets gewonnen!’, antwoordt Severien.
‘Maar de familie Spilliaërt staat toch maar mooi in de krant! En de pannenkoek was heerlijk’, lacht ze. ‘Maar morgen vertellen we je alles. Beloofd!’

De volgende dag komt Severien aan op school.
Iedereen is trots op haar. ‘De kleinen is een echte ster!’, roepen ze luid. ‘Hiep hiep hoera voor onze Severien.’
De foto wordt in de school opgehangen. De schrijfwedstrijd heeft ze niet gewonnen, maar de familie Spilliaërt wil iedereen vanaf nu leren kennen.

Hiep hiep hoera, in de gloria.
In de gloria.

EINDE

De vrouw in de trein / Léon Spilliaert

Geschreven door:

Ik ben 34 jaar en medium, bekend van "Het Zesde Zintuig" op VTM. Aangezien mijn moeder, grootvader, enzovoort familieleden waren van de bekende Léon Spilliaert wil ik dit toch in een verhaal neerschrijven. Ik schrijf kinderverhalen zoals dit er ook één is. Ik heb een relatie en een zoontje van 4 jaar. Ik wens jullie heel veel leesplezier.